In Catholic catechism, the seven virtues refers to one of two lists of virtues, most commonly referring to the 4 Cardinal virtues of Prudence, Justice, Restraint or Temperance, and Courage or Fortitude, and the 3 Theological virtues of Faith, Hope, and Love or Charity; these were adopted by the Church Fathers from virtue as defined by the Greek philosophers Plato and Aristotle.

An alternative list is the Seven heavenly virtues, opposed to the Seven deadly sins, and consisting of Chastity, Temperance, Charity, Diligence, Patience, Kindness, and Humility.

De zeven deugden:

  1. Prudentia (Voorzichtigheidverstandigheidwijsheid)
  2. Iustitia (Rechtvaardigheidrechtschapenheid)
  3. Temperantia (Gematigdheidmatigheidzelfbeheersing)
  4. Fortitudo (Moedsterktevasthoudendheidstandvastigheid)
  5. Fides (Geloof)
  6. Spes (Hoop)
  7. Caritas (Naastenliefde/Lief

De zeven hoofdzonden:

  1. Superbia (hoogmoed – hovaardigheid – ijdelheid – trots)
  2. Avaritia (hebzucht – gierigheid)
  3. Luxuria (onkuisheidlust – wellust)
  4. Invidia (nijd – gramschap – jaloezieafgunst)
  5. Gula (onmatigheid – gulzigheid – vraatzucht)
  6. Ira (woedetoornwraak)
  7. Acedia (gemakzucht – traagheid – luiheid – vadsigheid)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *